Denkland

Nacht. 

De camping was donker, hoewel miljoenen sterren zich aan een zwarte hemel aftekenden. De kiezels op het pad kraakten onder mijn voeten, terwijl ik naar de toiletten liep. Het sanitaire blok was schaars verlicht, stil en verlaten. In het blok bevonden zich drie toiletruimten, een paar urinoirs en een klein wastafeltje. De wanden tussen de toiletruimten bestonden uit dunne kunststof platen, die een decimeter boven de vloer eindigden. De vloeren waren betegeld met grote vierkante tegels.
Zoals gewoonlijk koos ik het middelste toilet. Ook nu weer vroeg ik me af waarom ik dat deed, maar vond weer geen antwoord. Ik opende de deur en sloot hem achter mij. Op slot. Vreemd dat zo een slot ’s nachts een andere betekenis heeft dan overdag. Overdag niet meer dan jezelf afschermen, ’s nachts om je te beschermen. Beschermen? Waartegen dan? Ik wist het niet en lachte zachtjes om mezelf. Ik schrok van het geluid daarvan in de stilte. Wat klonk dat hier hol en onnatuurlijk. Ik kuchte om een ander geluid te horen. Inderdaad, onnatuurlijk, omdat het geluid zo volledig was in de stilte. Niets ervan werd overstemd door andere geluiden. Ik trok mijn broek naar beneden en ging op de toiletpot zitten. Mijn slippers schraapten over de tegelvloer, hetgeen weer zo een volledig geluid veroorzaakte. Ik schoof nu hard met mijn slippers over de tegels naar de zijwanden van de ruimte. Oorverdovend, zo klonk dat in de stilte.

Dan bedacht ik ineens, mijn voeten nog vlak bij de open onderkanten van de wanden: wat zou ik doen als nu iemand plotseling mijn enkels zou vastgrijpen? Snel schoof ik mijn voeten weer weg van de wanden. Maar om mezelf te bewijzen dat dat een belachelijke gedachte was, plaatste ik mijn voeten demonstratief op de vloer tegen de zijwanden aan. Zie je wel? Er gebeurt niets. Ik plaatste mijn voeten weer gewoon voor mij op de grond. Daarna pakte ik mijn shag uit mijn broekzak en draaide een shagje. Terwijl ik dat aanstak en mijn shag weer in mijn broekzak stopte, hoorde ik vlakbij mij een geluid. Eerst wist ik niet wat het geluid veroorzaakte. Ik trok snel mijn voeten terug en zat stil te wachten op nog een geluid. Daar hoorde ik het weer. Onder mij. Ik keek naar de vloer en dacht dat ik een van de tegels even zag bewegen. Nou ja! Ik keek nog eens goed. Bewoog dat ding nou echt? Ik bukte en raakte met mijn wijsvinger het oppervlak van de tegel aan. Niks bijzonders, gewoon een tegel.

Dan ineens, terwijl ik net mijn vingers terugtrok, bewoog diezelfde tegel weer! Ik schrok nu heftig, mijn hart sloeg over en mijn bloed bonsde in mijn oren terwijl mijn voeten in een reflex zo ver als mogelijk wegschoten van die ene tegel. Een hard geluid weerklonk. Dat was ik, toen ik hard Shit! riep. Wat gebeurt hier, vroeg ik mij in paniek af. Niets, de tegel was weer gewoon een tegel. Maar plotseling begon de tegel te vervormen tot een gezicht. Ogen, wenkbrauwen, een neus en een mond, alles heel goed zichtbaar in de beige tegelkleur. De mond bewoog. Ik was verlamd, zweette, voelde me plotseling ijskoud. De mond bewoog, maakte geluid, maar het geluid verplaatste zich niet door de lucht, maar kwam op de een of andere manier rechtstreeks in mij. Ik luisterde, maar mijn oren hoorden niets. Toch klonk een stem in mijn hoofd. Een heel vriendelijke stem. Schrik niet, zei de stem zacht in mijn hoofd, schrik alsjeblieft niet. Schrik niet, maar luister naar mij. En zit stil, zit vooral heel stil, zei de stem, anders val je! Anders val je? Mijn gedachten kolkten. Ik wist niet wat te denken. Je weet niet wat je moet denken, zei de stem in mijn hoofd. Nee, antwoordde ik hardop. Er ontsnapte mij weer een hartgrondig Shit! toen ik bedacht dat de stem mijn gedachte had ‘gehoord’. Ik begon op te springen, maar dat lukte niet, want mijn voeten zaten vast! Alsof twee onzichtbare handen ze vanonder de wanden vasthielden. Ik voelde paniek en wilde schreeuwen. Stil, rustig, wees alsjeblieft rustig en luister, hoorde ik een stem in mijn hoofd. Was dat nu mijn eigen gedachte, of had een stem echt in mijn hoofd gesproken? Het was die stem, bedacht ik, want de klank was anders dan mijn stem klinkt in mijn hoofd. Ik zei niets. Met een opgeluchte klank zei de stem weer dat ik moest luisteren. Ik luisterde. Als je opstaat val je, zei de stem in mijn hoofd.

Ik kan niet eens opstaan, want mijn voeten zitten vast, wilde ik boos roepen. Maar zelfs voordat de gedachte om dat te zeggen was gevormd, zei de stem in mijn hoofd me dat hij al wist dat ik vast zat. Op de een of andere manier maakte dat me even wat rustiger. Maar … laat me los, dacht ik toen ineens weer. Nee, zei de stem. Maar waarom, wat is dit, wat gebeurt hier? Laat me los! Mijn gevoel van paniek steeg weer. NEE, zei de stem. Luister eerst naar wat ik je te zeggen heb. Je zit bovenop Denkland, vervolgde de stem. Denkland? dacht ik, of vroeg ik dat nou? Ja, Denkland hoorde ik in mijn hoofd. Laat me nou eerst eens rustig uitvertellen, en onderbreek me alsjeblieft niet steeds met je gedachten, zei de stem ongeduldig. Je zit bovenop Denkland. En Denkland bestaat alleen voor wat wij de echte denkers noemen. Mensen die overal over nadenken, die overal iets bij denken, zich overal iets bij afvragen. Je zou Denkland ook Vraagland kunnen noemen, maar dat doet er niet toe, zei de stem. Mensen die altijd maar denken en zich dingen afvragen, mogen ééns in hun leven een keer Denkland bezoeken. Maar, riep ik (ja hardop, ik wist het zeker!), ik WIL helemaal niet naar Denkland! Daar weet je niks van!, zei de stem daarop hard, terwijl daarin plotseling irritatie klonk. Je weet pas iets van Denkland als je er geweest bent. Punt uit! En luister nu verder! Ik luisterde, maar vroeg mij intussen af hoe ik mijn voeten weer los zou kunnen krijgen. En denk niet aan je voeten, terwijl je luistert, zei de stem. Ineens wist ik het: Ik was natuurlijk in slaap gevallen terwijl ik op de wc zat, en droomde nu! Natuurlijk, dat was het! NEE, NATUURLIJK NIET!, brulde de stem nu in mijn hoofd. Je bent wakker, je zit op een wc-pot en je bent aan het luisteren naar een stem die uit een tegel komt! Ja, raar, maar zo is het! En nou wil ik je volle aandacht, want anders moet ik je gedachten uit zetten, en dat wil ik niet, want dan kan ik niet meer tegen je denken, zei de stem. “TEGEN mij denken?”, bedacht ik ….. Ja, tegen je, met je, voor je, aan je, wat je wilt, zei de stem. Maar luister nu eindelijk naar mij! Ik besloot dat te doen. Hoewel, “besloot”?, ik kon toch niet anders? Zo, zei de stem, toen, ik geloof dat je nu eindelijk luistert. Oké, zei ik, al goed, ik luister!

Goed, zei de stem. Dan kan ik dus eindelijk verder gaan. Wat zijn jullie denkers toch moeilijk toe te denken! Dus … je mag dus één keer naar Denkland. En denk nou niet gelijk weer van: “ik wil niet”, wacht even tot ik uitgepraat ben. Daarna mag je bedenken wat je met mijn voorstel wilt doen. VOORSTEL?, dacht ik. VOORSTEL? Man, ik zit hier vast, kan geen kant op, terwijl …. Ja, ja, wacht nou maar even, zei de stem. En vervolgde met: Luister nu! Je mag dus naar Denkland, en dat is een grote eer! Maar daaraan is wel één voorwaarde verbonden. Natuurlijk, dacht ik (dat had ik natuurlijk al bedacht, dat van die voorwaarde!). Ja, ja, zei de stem, ik weet het. Jij had dat natuurlijk al bedacht, je bent tenslotte een denker, dus … Maar, hè, leidt me toch niet steeds af! Waar was ik nou? O ja, de voorwaarde. De voorwaarde is dat je alleen mag denken voor ANDEREN, en dus niet voor jezelf! Niet voor mijzelf? Dat moest ik even tot mij laten doordringen natuurlijk. Niet voor mijzelf? Wat betekent dat dan, vroeg ik mij af. Wel honderd gedachten daarover kwamen in mij op, de een struikelend over de ander. Dat betekent, zei de stem, ongeduldig mijn gedachten onderbrekend, gewoon dat je ALLEEN VOOR ANDEREN gaat denken. Je bent toch erg goed in denken? Ja, bedacht ik, tenminste, dat wil zeggen, dat vind ik meestal wel, ja. Mijn eer was toch wel wat gestreeld. Nou dan, zei de stem, geen probleem dus! Jij denkt alleen voor anderen en daardoor kun je een keer in Denkland komen. Simpel, toch? Eh, ja ….., reageerde ik, ja dat klinkt wel simpel ja. Maar waarom zou ik dat eigenlijk willen doen? Het denken voor, over en aan mezelf bevalt mij uitstekend! Waarom zou ik ALLEEN denken voor anderen? En, kan zoiets eigenlijk wel? Iedereen denkt toch altijd ook voor zichzelf, dat gaat toch ook gewoon vanzelf? En wat moet ik dan in dat Denkland van je? En als ik …. Dat doet er nu allemaal nog niet toe, reageerde de stem nog meer kortaf nu. Wil je of wil je niet? Mijn nieuwsgierigheid was nu toch wel geprikkeld, mijn angst steeds verder naar de achtergrond geduwd. 

Maar toch … Geen maar, gewoon ja of nee, zei de stem. Ja, eh …. maar ik …. Oké dan, zei de stem. Je hebt het dus aanvaard. Goed, dan volgt nu het transtegelproces. Het wáááát, dacht ik? Het transtegelproces!, zei de stem, Gewoon, door een tegel heen naar Denkland gaan. Ik begon te lachen. Hoe dwaas was dit nu weer? Midden in mijn lach voelden plots mijn voeten weer vrij. In een reflex tilde ik die op, maar daardoor tuimelde ik voorover van de wc-pot af, recht op de betegelde vloer af. Voor ik mij schrap kon zetten, viel ik verder door dan mijn reactie mij kon weerhouden te doen. En … ik viel dwars door de tegelvloer heen!

Mijn vrouw riep naar mij: Hé, hoor je mij weer niet? Waar ben jij toch steeds met je gedachten? Ik vertelde je net iets!

Ik dacht aan mijn vrouw. Eh, nee, ik dacht vòòr mijn vrouw, dacht daardoor aan haar vriendin die vanmiddag een mooie blauwe sjaal gekocht had. En aan de prijs van die sjaal, maar ook aan de prijs van het lekkere bruine brood dat de bakker op de hoek, die zojuist gescheiden was, ineens behoorlijk verhoogd had. En aan de boodschappen die nog gedaan moesten worden. Weer eens bananen kopen. 

Hetgeen zij mij zojuist allemaal vertelde, of dacht. Of “vertelde” ik het juist aan háár? Verwarrend, en zo vermoeiend! Ik sloot mijn ogen.

Ik hoorde je wel, dacht ik, terwijl mijn wenkbrauwen grimmig samentrokken. Ik hoor je altijd! En ik hoor je niet alleen, maar ik denk ook altijd aan je. Maar ook vòòr je. Ik ben er intussen al lang aan gewend dat ik niet alleen voor jou, maar ook voor vele anderen denk. Maar toch, soms, denk ik nog wel eens: Bestond er maar een soort van Denkland, een land waar je alleen voor, over, en aan jezelf kunt denken! De rest kunt buitensluiten. Ik dacht ineens weer aan beige tegeltjes, veilige tegeltjes. Ja, ja, veilige beige tegeltjes. Ik glimlachte. De knellende banden om mijn enkels en polsen voelde ik nu ineens niet meer. Ha! Ja, het ging goed met mij!

Mijn vrouw liep de lange gang af, liep door de deur waarboven het bordje hing: Gesloten Afdeling. De deur viel met een harde klik achter haar in het slot.

En, hoe ging het dit keer? vroeg de passerende hoofdzuster aan mijn vrouw. Het ging weer niet, antwoordde mijn vrouw. Ik dacht echt even dat hij nu wel reageerde op mij, maar nee … Hij zit nog steeds helemaal gevangen in zijn eigen denkwereld! Ze zuchtte diep en liep daarna met trage passen door naar de uitgang. Moe. De zuster keek haar begripvol na. Ik zal hem zo ook maar even bezoeken, dacht zij. O ja, vanavond moet ik de bananen opeten, die worden al helemaal bruin. En de vakantie boeken. Hoe kom ik dáár nu ineens weer op? Nou ja …

Ik glimlachte.

-.-.-.-.-.- EINDE .-.-.-.-.-.-